Blog: Mijn pensioen

Ik was er niet blij mee, maar het was onvermijdelijk: eind augustus ben ik 66 geworden. Dit betekent dat ik in december 66 jaar en 4 maanden word. En dan gebeurt het: ik ga met pensioen!

Nou nee, zo simpel is het niet. Vroeger wel: je werd 65 en je ging met pensioen. Nou ja, in de “gouden tijden” met dito handdrukken gingen velen al eerder met VUT of “vervroegd” pensioen, maar 65 was in ieder geval een duidelijke mijlpaal. Heel wat kortingskaarten startten op die datum!

Maar een eerder kabinet bedacht dat we gemiddeld ouder worden en langer gezond blijven en daarom ook langer kunnen doorwerken. Dat was natuurlijk een verkapte bezuinigingsoperatie in crisistijd, want het ging erom later AOW uit te keren en zo geld te besparen.

Er kwam een ingewikkeld alternatief voor 65 in fasen afhankelijk van je leeftijd. In mijn geval 66 plus 4, maar jongeren moesten minstens tot 67 jaar en – afhankelijk van de ontwikkelingen in de levensverwachting – nog veel langer doorwerken. Het veelbesproken pensioenakkoord van eerder dit jaar haalt daar wat scherpe kantjes van af, maar verandert het niet wezenlijk.

Bovendien ga ik met 66 + 4 niet met pensioen, ik krijg AOW (de brief die dit aankondigt heb ik al gehad!). Dat is iets anders, want er zijn drie hoofdvormen van je oudedagsvoorziening:

  1. AOW. Dit is het staatspensioen, dat iedereen krijgt, op voorwaarde dat je voldoende jaren in Nederland hebt gewoond. Het is geen spaargeld, maar wordt betaald van de belastinginkomsten die jongere werkenden nu opbrengen.
  2. Werknemerspensioen. Dit is het pensioen waar je al die jaren bij je werkgever(s) voor hebt gespaard en dat door jou en je baas samen is betaald. De pensioenregeling bepaalt wanneer dit pensioen ingaat, maar dat hoeft niet op je AOW-datum te zijn; vaak kun je hier zelf in kiezen. Mogelijk gaat een deel ervan naar je partner of ex.
  3. “Aanvullend pensioen”. Dit is eigenlijk geen pensioen, maar een uitkering van een financieel product dat je eerder hebt aangeschaft om je pensioen 1 en 2 aan te vullen. Vaak betrof het een “spaarplan”, verkocht door een tussenpersoon of verzekeraar, voor de studie van je kinderen, de aflossing van je huis, of een aanvulling op je pensioen.

Nu mijn stelling: ik en mijn generatiegenoten zijn op alle drie punten gemangeld en benadeeld.

Ga maar na: jarenlang hebben we premie betaald voor de AOW van oudere generaties. Dat was ze van harte gegund, maar nu we zelf 65 zijn, krijgen we nog geen AOW. Die komt steeds later.

Met de pensioenfondsen, die onze werknemerspensioenen zo goed mogelijk beheren, gaat het slecht. Ze moeten aan steeds zwaardere en duurdere eisen van toezichthouders voldoen en ze hebben veel last van de extreem lage rente, een doelbewust Europees beleid om “de economie te stimuleren”. Dit leidt ertoe dat de pensioenen al decennia niet geïndexeerd zijn (niet aangepast aan de inflatie) en in sommige gevallen zelfs zijn gekort. Dat gevaar dreigt nu levensgroot opnieuw.

En de uitkering van vele spaarplannen viel tegen. De beloofde rendementen werden niet gehaald en er werden forse, vaak verborgen kosten in rekening gebracht. De mooie spaarplannen bleken lelijke “woekerpolissen”, waartegen uw eigen Claimservice tot op de dag van vandaag knokt voor een eerlijke compensatie.

Dit is dus de situatie op mijn 66e: ik heb bijna 40 jaar gewerkt en uit mijn pensioen 1 en 2 is een flinke greep gedaan. Ik heb twee studerende dochters, die ik graag een schuldenvrije opleiding wil meegeven en voor wie de studiefinanciering is afgeschaft. Ik heb gelukkig geen woekerpolis, maar zet me nog graag in om mensen met zo’n giftig product te helpen.

Kortom, als de baas ermee instemt, ga ik nog niet met pensioen!

Over de auteur

Gerjan Huis in ’t Veld

Lid van de Directie van Consumentenbond Claimservice, vicevoorzitter van de Beuc (de Brusselse koepel van ruim 40 Europese consumentenorganisaties) en meer dan 35 jaar in diverse functies werkzaam bij de Consumentenbond.

Gepubliceerd op 17 september 2019