Spaartaks oneerlijk!

Blijf op de hoogte van ons onderzoek

Aanmelden

Spaartaks oneerlijk

De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft op 24 december 2021 bepaald dat de vermogensrendementsheffing in box 3 oneerlijk is en dat te veel geïnde belasting moet worden terugbetaald.  Deze heffing wordt ook wel ‘spaartaks’ genoemd, omdat juist spaarders de dupe zijn van de manier waarop belasting wordt geheven. De rechtszaak was aangespannen door de Bond voor Belastingbetalers. Lees hier de uitspraak.

Om voor teruggave van te veel betaalde belasting in aanmerking te kunnen komen moet je als belastingplichtige al binnen 6 weken na de definitieve aanslag bezwaar hebben aangetekend. Slechts een kleine groep Nederlanders heeft dat gedaan. En dat vinden wij oneerlijk: dat slechts een kleine groep gecompenseerd gaat worden. Naar schatting hebben namelijk 1,3 miljoen Nederlanders mogelijk te veel belasting betaald. Wij onderzoeken daarom of niet iedereen die te veel belasting heeft betaald voor compensatie in aanmerking kan komen.

Wil je op de hoogte worden gehouden van ons onderzoek? Meld je dan hieronder vrijblijvend aan.

Na je aanmelding krijg je toegang tot een digitaal dossier. Dat zal uitsluitend worden gebruikt voor toezending van onze nieuwsbrief over de Spaartaks. Mochten wij een claim starten dan zal in het digitale dossier de mogelijkheid worden geboden om deel te nemen. Je bent daartoe niet verplicht.

Nieuws

In gesprek met de staatssecretaris 

Het is niet duidelijk of het kabinet alsnog alle gedupeerden in de gelegenheid wil stellen gecompenseerd te worden. De staatssecretaris heeft dat eerder gesuggereerd, maar in de stukken die het kabinet vandaag openbaar heeft gemaakt lezen we hierover niets terug. We vinden dat ook burgers die geen bezwaar hebben gemaakt in aanmerking dienen te komen voor compensatie. Volgende week spreken wij de staatssecretaris. Wij zullen onze mening dan toelichten, en hem dan om opheldering vragen over het standpunt van het kabinet. Mocht dan blijken dat  het kabinet alleen degenen die bezwaar hebben gemaakt wil compenseren, dan zullen we ons beraden over verdere stappen.

Na kamerdebat buigt kabinet zich over compensatie Spaartaks

De afgelopen tijd hebben de ontwikkelingen rond de Spaartaks-claim elkaar in rap tempo opgevolgd. Op 2 februari vond een Kamerdebat plaats over de kwestie. In aanloop van dit debat had staatssecretaris van Financiën Van Rij een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin gaat hij onder andere op het ingewonnen advies van de Landsadvocaat in. De Landsadvocaat is van mening dat een het niet compenseren van spaarders die niet binnen de wettelijke termijn bezwaar hebben gemaakt ‘juridisch verdedigbaar’ is.

Dat betekent overigens niet dat het kabinet dit ook van plan is. De Tweede Kamer, waaronder de vier coalitiepartijen, namen tijdens het debat een motie aan waarin het kabinet werd opgeroepen tot een oplossing te komen die ‘recht doet aan spaarders’. Wat dit precies zal inhouden is op dit moment nog onduidelijk. De staatssecretaris heeft toegezegd om binnen twee maanden (vóór 1 april)  een besluit te nemen over de vraag of, en in hoeverre, niet-bezwaarmakers op compensatie kunnen rekenen. Wij houden de verdere ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.

Consumentenbond Claimservice, gepubliceerd op 7 februari 2022

Samenvatting ‘Spaartaks’-uitspraak Hoge Raad

De uitspraak van 24 december 2021 is gedaan in een proefprocedure die was aangespannen door een Nederlands echtpaar, daarin gesteund door de Bond voor Belastingbetalers. Het echtpaar moest in 2017 en 2018 €24.674 belasting betalen in box 3, terwijl zij in werkelijkheid slechts een rendement van €10.140 hadden behaald. Het echtpaar heeft aangevoerd dat deze gang van zaken een schending betekende van hun eigendomsrecht (art 1 EP) en het discriminatieverbod (art 14 EVRM).

In zijn uitspraak houdt de Hoge Raad de Nederlandse vermogensrendementheffing, oftewel de ‘spaartaks’, tegen het licht. Sinds 2017 baseert de overheid de heffing op de rendementen die door belastingbetalers in voorgaande jaren gemiddeld zijn behaald. De overheid was van mening dat deze uitwerking voldoende in overeenkomst was met de werkelijkheid. Maar de Hoge Raad zet hier een streep door. Ten eerste worden in dit stelsel spaarders die niet risicovol beleggen, en die dus geen hogere rendementen behalen, geconfronteerd met een (verhoudingsgewijs) zware financiële last. Hierdoor wordt hun eigendomsrecht ingeperkt. Ten tweede is het stelsel discriminerend voor spaarders die er niet in slagen om het gemiddelde rendement te behalen.

In de zaak stond vast welk rendement het echtpaar in werkelijkheid had behaald. In zijn uitspraak biedt de Hoge Raad het echtpaar rechtsherstel door te oordelen dat de heffing gebaseerd moet worden op het werkelijke rendement. Dat betekent dat het echtpaar recht heeft op teruggave van een deel van de door hen betaalde belasting.

Lees meer over de uitspraak op de website van de Hoge Raad